Calibratieparameters berekenen
|
Calibratieset beheer
Restvervorming Interpretatie van het vervormingsresidu Calibratieset beheersmogelijkheden Maken / wijzigen van een calibratieset |
Calibratieset beheerDoor binnen het hoofdscherm op de knop "Calibratieset manager" te klikken, of anders door via File >> Calibratieset manager te kiezen, open je het volgende scherm:
Met de calibratieset manager beheer je de Calibratiesets van de verschillende camera's cq. de verschillende camera/objectief combinaties. Als je één van de calibratiesets kiest, dan komen naast camera en lensaanduiding ook de vervormingswaarden in beeld. Deze geven informatie over de vervorming vóór en na toepassen van de calibratieparameters. Werk je met gedownloade calibratiesets, dan worden deze waarden in het grijs weergegeven. Ze zijn dan minder exact dan wanneer je ze zelf hebt bepaald.
RestvervormingDoor opnieuw toepassen van de calibratieparameters op de stippen die kunnen worden afgeleid uit de Calibratiefoto's, kun je een inschatting maken van de betrouwbaarheid van de parameters. Hierbij is de informatie over het vervormingsresidu alleen van toepassing op correcties bij de gemeten brandpuntsafstanden. Over het vervormingsresidu van de geïnterpoleerde brandpuntsafstanden kan minder worden aangegeven. De betrouwbaarheid van het vervormingsresidu bij HQ modus is tamelijk hoog doordat hier een variabele veiligheidsfactor is ingebouwd. Het vervormingsresidu wordt hoger aangegeven wanneer bijvoorbeeld voor een gegeven brandpuntsafstand maar één calibratiefoto beschikbaar is. Als aan de andere kant meerdere calibratiefoto's beschikbaar zijn met daarop slechts kleine verschillen, dan tendeert het vervormingsresidu naar juist kleinere waarden. In LQ modus wordt echter geen veiligheidsfactor toegepast. De aangegeven waarde is een minimumwaarde en het vervormingsresidu zal vaak wat groter zijn. Interpretatie van het vervormingsresiduAls je de speciale calibratieplaat van hoge kwaliteit gebruikt voor het maken van de calibratiesets, dan bedraagt de gemiddelde residuvervorming na HQ modus calibratie ongeveer 0,1 pixel. De maximale residuvervorming is dan ongeveer 0,5 pixel. Dit alles bij een camera met een resolutie van ongeveer 4 megapixel. Gebruik je een calibratieplaat van mindere kwaliteit, waarop de stippen bijvoorbeeld niet exact zijn uitgelijnd, dan is de residuvervorming navenant hoger in de HQ modus. Dit komt doordat ImageIron uitgaat van een optimaal bruikbare schikking van de stippen op de calibratieplaat. Anders dan bij HQ modus wordt bij LQ modus de radiale noch de tangentiële vervorming verwijderd. Ga je uit van de ideale camera (lenzen perfect symetrisch t.o.v. de optische as, lenzen en ccd perfect uitgelijnd) dan zijn de residuvervormingen in HQ en LQ modus gelijk. In de praktijk werk je met camera's die niet ideaal zijn ten gevolge van toleranties bij de productie, waardoor HQ en LQ modus minder of meer van elkaar zullen afwijken. je kunt zelfs zeggen dat hoe groter het verschil tussen LQ en HQ modus is, hoe minder de kwaliteit van het objectief is. Calibratieset beheersmogelijkheden
Maken / wijzigen van een calibratieset
De calibratiefoto's vormen de basis voor het berekenen van de calibratie parameters. Klik op de knop Voeg calibratiefoto's toe om ze toe te voegen aan de lijst. Als bepaalde foto's moeten worden verwijderd, selecteer ze dan in de lijst en klik op de knop Verwijder de geselecteerde foto's. Als de te maken calibratieset niet voor een shiftlens is, dan mogen er geen foto's op het tabblad voor shiftlenzen worden ingevoerd. Om een calibratieset goed te kunnen opbouwen is het vereist dat de calibratiefoto's niet door een programma zijn bewerkt. Tevens dienen zij in landschapsformaat te worden gebruikt, een formaat dat al zo op de camera is ingesteld en niet later is geroteerd. Je start de berekening door te klikken op de knop Bereken de calibratieparameters. Voordat je dit scherm afsluit met OK kun je de naam van de calibratieset een Gebruikers achtervoegsel geven (bovenste tekstvakje). Hiermee geef je de calibratieset bijvoorbeeld een unieke identificatie. De nu gemaakte calibratiesets zijn beschikbaar na de volgende opstart van ImageIron. Voor backup kun je ze exporteren vanuit ImageIron met Opslaan. De gegevens komen in een bestand onder de map waar je de toepassingsgegevens opslaat. Het is aan te bevelen de gemaakte calibratiefoto's te bewaren. Dit omdat nieuwere versies van ImageIron nieuwe vormen van correctie kunnen gaan bieden. In dat geval kunnen de calibratiefoto's opnieuw nodig zijn. |
||||||||||||||||||||||
| Ga verder met "Foto's calibreren" |
